Voorwaardelijk pensioen

Het voorwaardelijk pensioen is nog een overblijfsel uit de tijd van de FPU, (Flexibel Pensioen en Uittreden). Oudere collega’s weten nog wel dat medewerkers die vóór 1950 zijn geboren en in 1997 al bij het ABP zaten, gebruik konden maken van de FPU-regeling, aanvankelijk met 61 jaar later vanaf 62 jaar.  Met de FPU kreeg de medewerker 70% van het laatste salaris en dat liep tot 65 jaar. Vanaf 65 jaar kreeg de medewerker dan AOW en ouderdomspensioen van het ABP.

Deze FPU regeling stond helemaal los van het ouderdomspensioen vanaf 65 jaar en werd apart gefinancierd. Tot 1 april 1997 gold een omslagstelsel: alle FPU uitkeringen werden verrekend over de actieve deelnemers bij het ABP. Vanaf 1 april 1997 begon het ABP met een zogeheten kapitaal gedekte FPU; iedereen spaarde zijn eigen FPU bij elkaar. Het idee was dat iedereen met pakweg 35-40 jaar zijn eigen FPU-regeling spaarde en het dus verder voor het ABP of de overheid geen extra geld kostte.

In 2006 besloot de politiek echter om de FPU af te schaffen en konden werknemers die na 1949 zijn geboren géén gebruik meer maken van de FPU regeling. Tegelijkertijd werd in 2006 de pensioenregeling ABP omgezet naar ABP Keuzepensioen waarbij de werknemer de mogelijkheid heeft op enig moment tussen 60 en 70 jaar met pensioen te gaan. De koppeling van het pensioen aan de AOW leeftijd werd toen dus al losgelaten.

Maar in 2006 hadden de ABP verzekerden vanaf 1997 (dus al bijna 10 jaar!!)  hun eigen FPU gespaard, dat was hún spaarpot.

Deze FPU spaarpot is toen omgezet in een voorwaardelijk pensioen. De naam zegt het al, er geldt een voorwaarde en die is dat de werknemer direct aansluitend op zijn actief dienstverband met ABP Keuzepensioen gaat. Dat mag ook gedeeltelijk  (10%) als er maar géén onderbreking plaats vindt.  Wordt het actieve dienstverband onderbroken omdat iemand bijv. bij een andere werkgever (geen ABP) gaat werken of wordt ontslagen en in de WW komt of wordt afgekeurd, dan vervalt de aanspraak op het voorwaardelijk pensioen.

Afhankelijk van de omvang en lengte van het dienstverband bedraagt voorwaardelijk pensioen enkele tientjes op jaarbasis tot wel  € 4000 op jaarbasis, en dat levenslang.  Dat laatste is natuurlijk een substantieel bedrag.

In het kader van het herstelplan heeft het ABP overigens in mei dit jaar besloten het voorwaardelijk pensioen met 14% te korten.

Samenvattend, alléén medewerkers die vóór 2006 al bij het ABP zaten, hebben gespaard voor de FPU en zien op hun pensioenoverzicht het voorwaardelijk pensioen terugkomen.

Medewerkers die pas na 2006 zijn gaan werken en/of bij het ABP kwamen, zien op hun pensioenoverzicht géén vermelding voorwaardelijk pensioen.

De volgende bijdrage gaat over de dekkingsgraad en het herstelplan van het ABP (actueel vanwege het gedoe over het loonakkoord van 5,05%).

Bel ons Mail ons
Home Sluiten