Pensioenfonds en loonakkoord

HRM behandelt in de E-zine onderwerpen waar veel vragen over komen. Op die manier willen we onze medewerkers informeren over relevante zaken die direct en indirect spelen rond het werken bij Da Vinci en onze arbeidsvoorwaarden.

Heb u een onderwerp of vraag die wellicht ook voor uw collega’s relevant is, neem contact op met jbraspenning@davinci.nl.  We verzamelen de vragen in frequently asked questions (FAQ) die we op myDaVinci plaatsen.

Vandaag : De dekkingsgraad van een pensioenfonds en wat speelt er rond het loonakkoord van 5,05% en het ABP?

De dekkingsgraad

De ‘gezondheid’ van een pensioenfonds wordt uitgedrukt in de zgn. dekkingsgraad. Dat wil zeggen de verhouding tussen het vermogen van het pensioenfonds (premie-inkomsten en beleggingsopbrengsten)  en de geschatte (toekomstige) uitkeringsverplichtingen aan pensioenen. 

Een dekkingsgraad van 100% betekent dat tegen elke euro uitgave voor pensioen er 1 euro

inkomsten staat. Dat lijkt goed maar is feitelijk te weinig. Immers, de uitvoering van de pensioenregeling door het pensioenfonds kost ook geld en verder is er bij 100% dekkingsgraad geen geld om pensioenen te indexeren als de prijzen stijgen.

De pensioenwet eist daarom een dekkingsgraad van minimaal 105%. Zit een pensioenfonds daaronder dan moet het een herstelplan indienen waarin het fonds aangeeft hoe ze de dekking weer op peil denkt te krijgen.

Pas vanaf een dekkingsgraad van 110% mogen pensioenfondsen weer indexeren (pensioenen mee laten stijgen met de prijzen).

Om tijden van economische crisis, zoals de crash in 2008, te kunnen weerstaan en dan toch de verplichtingen te kunnen blijven uitvoeren, moeten pensioenfondsen forse buffers vormen. Nederland hanteert een buffervereiste van 130%.

Door een combinatie van  factoren zijn onze pensioenen onbetaalbaar geworden:

  • De toegenomen levensverwachting. Toen Drees 1957 de AOW invoerde was de gemiddelde levensverwachting 67 jaar. M.a.w. in de berekeningen werd er toen vanuit gegaan dat werknemers vanaf 65 jaar gemiddeld nog 2 jaar AOW/pensioen  zouden trekken. Medio 2015 rekent het ABP met een gemiddelde levensverwachting voor mannen van 86 jaar en voor vrouwen 88 jaar.
  • Pensioenfondsen investeerden in het verleden veel in aandelen en onroerend goed. Door toedoen van de economische crisis verdampten de reserves en rendementen van de pensioenfondsen. Zie hoe de hypotheekrente zich al jaren op een historisch dieptepunt bevindt.

Vrijwel alle pensioenfondsen (155!!) zitten momenteel onder de minimaal vereiste dekkingsgraad van 105% en daarom heeft de politiek ingegrepen. Alle regelingen die het mogelijk maakten om eerder te stoppen (FPU, pre pensioen) zijn afgeschaft en de AOW leeftijd  is verhoogd tot 67  jaar zodat werknemers weer langer pensioen op blijven bouwen.

Verder zijn de pensioenfondsen vanaf juli 2015 verplicht hun rendementen te berekenen op basis van de verplichte rekenrente van De Nederlandse Bank (DNB). De DNB hanteert nu een rekenrente die meebeweegt met marktrentes en op de financiële markten is de rente de afgelopen jaren juist gedaald, als gevolg van onder meer de Griekse crisis en de onzekerheid over het economisch herstel in Europa. De nieuwe rekenrente die de DNB hanteert is bijna één procentpunt lager dan de vaste rekenrente waarmee de pensioenfondsen tot voor kort mochten rekenden.

Een lagere rekenrente betekent dat belegde premies minder rendement op leveren en dat er dus meer geld opzij gezet moet worden om toch te zorgen dat voldaan kan worden aan de uitkeringsverplichtingen.

Het ABP en het loonakkoord

Het ABP heeft een vermogen van 356 miljard euro  en heeft over de laatste 12 maanden een gemiddelde dekkingsgraad van 99,7% , wat te laag is. Het ABP heeft dan ook een herstelplan ingediend bij De Nederlandse Bank.

Minister Plasterk heeft onlangs met de ambtenarenbonden  (behalve FNV)een loonakkoord gesloten waarin  5,05% meer salaris en eenmalig €500 extra is afgesproken.  Hij financiert dat deels uit een versobering van het pensioen. Daarbij zou dan in 2016 de werkgeverspremie moeten worden verlaagd.

Dit staat haaks op de berekeningen van De Nederlandse Bank en het Centraal Planbureau die er vanuit gaan dat alle pensioenfondsen hun pensioenpremies in 2016 juist met 2%  moeten laten stijgen.

In het herstelplan heeft het ABP geen rekening gehouden met een lagere pensioenpremie, integendeel.  Als de werkgeverspremie wordt verlaagd, zoals Plasterk nu heeft afgesproken, duurt het herstel van het ABP nog ruim 11 jaar !!

Dat wordt mede ingegeven doordat het herstel van het ABP volledig uit beleggingsresultaten zal moeten komen. Het ABP heeft een zogeheten premiedekkingsgraad van 80% wat betekent dat de uitgaven voor pensioenen maar voor 80% worden gedekt door premie-inkomsten. De overige 20% moet uit beleggingsrendementen komen.

Dit effect wordt met het loonakkoord alleen maar vergroot. Door de verlaging van de werkgeverspremie zou de premiedekkingsgraad van het ABP van circa 80% naar circa 67% dalen.

Vandaar dat het ABP heeft laten weten dat het niet kan meewerken aan de uitvoering van het door Plasterk gesloten loonakkoord. Het ABP heeft al laten doorschemeren de pensioenpremies in 2016 te willen verhogen.

Daarmee heeft minister Plasterk een fors dilemma. Hij moet nu naarstig op zoek naar dekking om de in het loonakkoord afgesproken loonstijging van 3% in 2016 te kunnen realiseren maar ook om de eventuele hogere werkgeverspremies pensioenen te compenseren.

Bel ons Mail ons
Home Sluiten