Pensioen, hoe zit dat precies?

Pensioen is een inkomensverzekering, waarmee een (gezins)inkomen wordt verzekerd voor wanneer dat wegvalt wegens ouderdom, arbeidsongeschiktheid of overlijden:

  • Ouderdomspensioen: voor de tijd dat men niet meer werkt op latere leeftijd.
  • Arbeidsongeschiktheidspensioen: voor als men niet meer kan werken wegens arbeidsongeschiktheid (ook 'invaliditeitspensioen' genoemd). (niet te verwarren met ziektewet of WGA (werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten)  of IVA (inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten).
  • Nabestaandenpensioen: een uitkering aan achterblijvende partners en wezen. (niet te verwarren met de algemene nabestaanden wet)

Vaak worden alle  deze 3 risico-oorzaken gedekt in de pensioenregeling. Het pensioenstelsel van een land is gebaseerd op drie 'pijlers':

Eerste pijler

 

AOW is het basispensioen van de overheid. In Nederland ingevoerd in 1957 (vadertje Drees). Iedereen die in Nederland woont of werkt, is automatisch verzekerd. Het maakt dan niet uit wat de nationaliteit is. Ieder jaar dat u verzekerd bent (lees in Nederland woont) , bouwt u 2% AOW-pensioen op. U krijgt een volledig AOW-pensioen als u in de 50 jaar voor uw AOW-leeftijd altijd verzekerd bent geweest.

Heeft u buiten Nederland gewoond of gewerkt, dan bent u niet al die tijd verzekerd geweest

en kan uw AOW-pensioen lager uitvallen.

De hoogte van de AOW hangt af of u alleenstaand bent of niet. Een alleenstaande krijgt op

dit moment ca € 13.500 bruto en voor gehuwden/samenwonenden ca € 9500 bruto per persoon.

 

De AOW leeftijd

De ingangsdatum voor de AOW is recentelijk vanaf 2013 verhoogd. Momenteel is de ingangsdatum van de AOW als volgt;

2015

 65 jaar + 3 maanden

2016

 65 jaar + 6 maanden  

2017

 65 jaar + 9 maanden  

2018

 66 jaar

2019

 66 jaar + 4 maanden

2020

 66 jaar + 8 maanden

2021

 67

2022 en verder

Afhankelijk levensverwachting

 

 

 

Enkele voorbeelden

- geboren 1 oktober 1950 krijgt pas AOW per 1 maart 2016.(bereikt in 2015 nl  niet leeftijd 65 en 3 mnd)

- geboren 2 mei 1954 krijgt pas AOW per 2 mei 2021 (bereikt in 2020 nl niet leeftijd 66 en 8 mnd )

 

Ontslagdatum op basis van cao MBO in verband bereiken AOW gerechtigde leeftijd.

De arbeidsovereenkomst eindigt op grond van de cao MBO (artikel 2.9 lid g) bij het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd en wel per de eerste van de maand volgend op de maand waarin de werknemer de AOW gerechtigde leeftijd bereikt.

Voorbeeld

geboren 2mei 1954 krijgt AOW per 2 mei 2021  Ontslagdatum cao MBO is dan 1 juni 2021

Tweede pijler

De 'tweede pijler' is het aanvullend pensioen. Als we het in de volksmond over pensioen hebben, gaat het vaak om dit aanvullend pensioen opgebouwd via de werkgever.

Pensioen is feitelijk gewoon salaris,  zij het uitgesteld salaris. We spreken met de werkgever af dat een deel van ons huidige salaris opzij wordt gezet (bij een pensioenfonds) om op een later moment als pensioeninkomen uit te laten keren.

In Nederland wordt het aanvullend pensioen vaak verplicht opgebouwd bij een pensioenuitvoerder (bijvoorbeeld bij een bedrijfstakpensioenfonds zoals Metaal, PGGM). Dit om een hoge mate van economische en sociale solidariteit te handhaven en bovendien kan op deze manier worden voorkomen dat pensioen een element van concurrentie op de arbeidsmarkt wordt,  iets wat loononderhandelingen eenvoudiger en doorzichtiger maakt. Bij de ambtenaren is het pensioen verplicht ondergebracht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, ABP.

De premie voor het aanvullend pensioen wordt dus opgebracht door werknemer en werkgever samen waarbij de verhouding is 30% door de werknemer en 70% door de werkgever. Dus als u op uw salarisstrook ziet dat er bij u bijv. € 250 pensioenpremie is ingehouden, weet dan dat uw werkgever daar nog eens € 585 boven op legt!!

De door werknemers en werkgevers ingelegde pensioenpremies zorgen te zijner tijd voor het zogenoemde pensioenkapitaal waaruit het pensioen uiteindelijk wordt betaald. De pensioenopbouw is belastingvrij, de uiteindelijke pensioenuitkeringen zijn daarentegen belast.

Eindloon- versus middelloonregeling

Lange tijd werd de pensioenaanspraak gebaseerd op de zgn eindloonregeling, d.w.z. dat het streefniveau voor het pensioen 70% van het laatstverdiende inkomen was

In die tijd was het vrij gebruikelijk dat oudere werknemers voor hun pensionering nog even promotie maakten zodat ze een hoger pensioen kregen.

In 2004 is de eindloonregeling vervangen door de middelloonregeling. In deze regeling wordt gekeken naar het gemiddeld verdiende loon in alle jaren van pensioenopbouw.

Het is duidelijk dat de middelloonregeling een lager pensioen oplevert, immers  in de beginjaren verdient een werknemer nog niet zo veel en het duurt bij de overheid vrij lang om op het maximumsalaris te komen.

Hoogte pensioen

Ooit is bedacht dat de AOW en het aanvullend pensioen samen ca. 70% van het laatste loon moest zijn, dat gold als criterium voor een redelijk pensioen.

Inmiddels zijn percentages van 45% - 55% van het laatstverdiende brutoloon reëler !!! 

Netto is het verschil minder groot omdat vanaf de AOW leeftijd  de eerste 2 belastingschijven veel gunstiger zijn.

 

Derde pijler

Mensen denken dus ten onrechte een hoger pensioen te krijgen dan in werkelijkheid het geval zal zijn!! Daarmee komt steeds meer de focus op de derde pijler  te liggen; namelijk, alle inkomens-voorzieningen die mensen zélf vrijwillig treffen zoals lijfrentes, levens-verzekeringen, spaartegoeden, ABP extra, arbeidsongeschiktheidverzekering (IPAP),  etc.

Arbeidsongeschiktheid

Bij arbeidsongeschiktheid vormt de wet Inkomen en Arbeid (WIA) de basis. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid volgt een WGA uitkering , bij volledige arbeidsongeschiktheid een  IVA-uitkering.

In de  pensioenregeling is ook iets geregeld voor als de werknemer geheel of gedeeltelijk wordt afgekeurd. Het ABP kent een Invaliditeitspensioen dat bij afkeuring een aanvulling op  de WGA/IVA uitkering geeft. Zie voorbeeld.

Nabestaanden

Bij overlijden van een werknemer komt de Algemene Nabestaanden Wet in beeld. Deze wet is bedoeld voor de achterblijvende partner en kinderen. Echter niet alle achterblijvende partners komen in aanmerking komen voor de ANW omdat ze óf geen zorg voor kinderen jonger dan 18 jaar hebben óf niet meer dan 45% arbeidsongeschikt zijn óf zelf een inkomen hebben.

Bij overlijden van een deelnemer aan een pensioenregeling ontvangt de overblijvende partner van het pensioenfonds een nabestaanden- en eventueel wezenpensioen. Zie ook uw ABP overzicht.    

Gemiddelde levensverwachting

Voor een pensioenfonds is het uitermate belangrijk wat de gemiddelde levensverwachting is van haar pensioendeelnemers, immers de pensioenaanspraak is levenslang.

Bij geboorte is momenteel in Nederland de gemiddelde levensverwachting voor vrouwen 83 jaar en voor mannen 79 jaar. Maar in dit gemiddelde is meegenomen dat tal van landgenoten jong sterven en niet eens de pensioenleeftijd halen.

Voor pensioenfondsen is het veel interessanter wat de levensverwachting is van de deelnemers die de pensioenleeftijd bereiken en aanspraak op hun pensioen gaan maken.

Het blijkt dat de gemiddelde levensverwachting van de mensen die aanspraak op een pensioenuitkering maken voor vrouwen 86 jaar is en voor mannen 83 jaar. Opmerkelijk is dat de gemiddelde levensverwachting voor ABP-pensionado’s nog hoger is, nl. 88 jaar voor vrouwen en 86 jaar voor mannen!!. Het bekende grapje is natuurlijk dat de ambtenaren tijdens hun werkzame leven al heel veel hebben kunnen rusten en dus niet veel hebben geleden….

Het ABP rekent momenteel voor haar pensioenuitkeringen dus  met een gemiddelde uitkeringsduur van 21 resp. 19 jaar.!!!  In de dekkingsgraad zal dus voldoende inkomen moeten zijn om deze uitkeringsverplichting van 21 resp. 19 jaar te kunnen garanderen.

Bel ons Mail ons
Home Sluiten