Nieuwsbrief college van bestuur

Inspirerende start van onderwijscafés in Dordrecht en GorinchemInspirerende start van onderwijscafés in Dordrecht en Gorinchem

Na de start in de Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht op 27 januari, werd vorige week op 3 februari een tweede onderwijscafé gehouden in Gorinchem. Beide bijeenkomsten gingen over het onderwijsconcept van Da Vinci en over de beroepspraktijkvorming. 

Meer dan 80 studenten, docenten, ondersteunend medewerkers en leidinggevenden discussieerden in kleine groepen over deze onderwerpen. 

Voor het college van bestuur zijn dit belangrijke gesprekken op weg naar nieuw strategisch beleid voor de jaren 2015-2018 en voor de inrichting van de organisatie.  

We hebben veel collega’s ontmoet die met passie over hun vak en over goed beroepsonderwijs hebben gesproken. Het maakte daarbij niet uit hoe de samenstelling van de groepen was: overal was er sprake van een inspirerende gedachtewisseling. Collega’s uit verschillende onderwijsteams docenten zowel als ondersteuners lieten door de manier waarop zij het gesprek voerden, merken dat zij heel betrokken zijn met de studenten en met het Da Vinci College.  

We vonden in de gesprekken veel herkenning en bevestiging van waar we als Da Vinci College al langer mee bezig zijn waar het gaat over de invulling van ons onderwijs en de relatie met de bedrijven. Dat betekent dat we voor het strategisch beleid voor de komende jaren geen drastische koerswijziging nodig hebben. Het gaat in veel opzichten vooral om de koers vast te houden, om het door-ontwikkelen van het onderwijsconcept en het betrekken van onze partners (bedrijven, toeleverend en afnemend onderwijs) bij die ontwikkeling.    

We hebben ook veel gehoord over wat de collega’s nodig hebben om deze opdracht in de komende jaren te kunnen uitvoeren en we hebben een sterke behoefte geproefd aan meer samenwerking over de grenzen van opleidingen en domeinen heen. 

In het volgende onderwijscafé op 18 februari (in de Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht) willen we de gesprekken voorzetten en verdiepen. 

Het thema voor die bijeenkomst is:

21st century skills gaan over ICT-vaardigheden en mediawijsheid, maar ook over een nieuwe manier van leren, leven en werken. Voorbeelden hiervan zijn creativiteit, innovatie, kritisch denken, problemen oplossen, communicatie, samenwerking, aanpassingsvermogen, leiderschap, productiviteit, sociale vaardigheden en nog veel meer competenties. Dat vraagt van docenten dat zij zich voortdurend professionaliseren.

“Hoe kijk je aan tegen de technologische ontwikkelingen en de veranderingen die dit meebrengt voor de nieuwe beroepen waarvoor we moeten opleiden?” Wat ga jij hierin betekenen?

“Wat betekent de doorontwikkeling van ons onderwijs voor het pedagogisch – didactisch handelen van docenten in relatie tot de verschillende doelgroepen?” 

Voor het strategisch beleid zullen in de komende jaren twee thema’s het hart vormen:

Het onderwijs en de regio. 

Juist over die onderwerpen hebben we in de gesprekken veel van jullie gehoord, zeker ook over waar die elkaar raken: in de praktijk. 

De aansluiting tussen school en praktijkinstelling vraagt in meerdere opzichten om intensivering. In het onderwijs kan (moet) nog meer gebruik worden gemaakt van echte opdrachten uit het bedrijfsleven om het leren op school en in de praktijk nog beter met elkaar te verbinden. Het leren in de praktijk kan meer opleveren met een stevige voorbereiding van de BPV op school en goede begeleiding van de BPV vanuit school. Bedrijven moeten worden betrokken bij het ontwikkelen van keuzedelen en zijn de plaats waar docenten ook stage kunnen lopen. Tijdens de gesprekken hebben collega’s regelmatig aangegeven dat zij docentenstages een belangrijk middel vinden om bij te blijven bij de ontwikkelingen in de bedrijven.  

Regelmatig kwam aan de orde dat veel beroepen die we nu nog kennen, zullen verdwijnen, maar dat we ook nog niet weten voor welke beroepen we onze studenten moeten voorbereiden. Er is in de gesprekken regelmatig aandacht gevraagd voor de verbinding van de AVO vakken met de beroepsgerichte vakken. Het gaat daarbij om het evenwicht tussen die vakken in een beroepsopleiding. We leiden op voor beroepen, maar ook om te functioneren als burger in een participatiemaatschappij. Het is van belang om ook de niet-beroepsgerichte docenten nauw bij de opleiding te betrekken.  

Omdat veel studenten nog niet onmiddellijk een scherp beeld hebben van het beroep werd gepleit voor verbreding van opleidingen (zeker bij beroepen met een wat diffuus beeld kan dit waardevol zijn voor studenten, omdat zij meer duidelijkheid voor zichzelf kunnen verwerven door middel van gerichte praktijkopdrachten). 

Tenslotte werd aandacht gevraagd voor de implementatie van het onderwijsconcept en voor het ontwikkelen en hanteren van een mix van werkvormen om aansprekend onderwijs vorm te geven.

Zowel studenten als medewerkers hielden een pleidooi voor het organiseren van de dialoog tussen docenten en studenten over aansprekend onderwijs. Het organiseren van  multidisciplinaire projecten / crossovers, momenten waarop gezamenlijke activiteiten met studenten en bedrijven kunnen worden uitgevoerd en het betrekken van studenten bij het ontwerpen van opleidingen werden daarbij genoemd als voorbeelden. Ook het organiseren van structurele feedback op opleidingen door studenten draagt bij aan die dialoog. 

De behoefte om meer samen te werken over opleidingen en domeinen heen was voelbaar en dat leidde tot de aanbeveling om kennisdeling (a la onderwijscafé) bewust te organiseren, want dit komt niet automatisch tot stand. Hier ligt de mogelijkheid de waan van de dag af en toe in te ruilen voor mentale ruimte voor reflectie op onderwijs. 

Tijdens de discussie is veel gezegd over gewenste aanpassingen in de organisatie. 

De omvang van teams zou groter moeten om ruimte te maken voor ontwikkeling en vermindering van de werkdruk. Dit moet ook mogelijkheden bieden om meer ruimte te creëren voor de BPV begeleiding en voor het versterken van de trajectbegeleiding. Aan de behoefte om over de grenzen van opleidingen heen te kunnen samenwerken, wordt hierdoor beter tegemoet gekomen. 

Een goede verbinding tussen diensten en onderwijsteams is noodzakelijk om de administratieve last van docenten terug te dringen. Dat vraagt om een aantal ondersteunende taken dichter bij de onderwijsteams te positioneren. 

Bij dit onderwerp werd ook behoefte uitgesproken aan heldere richtinggevende kaders, maar ook om elkaar daar minder vrijblijvend op aan te spreken. Het stringent hanteren van afgesproken kaders functioneert op dit moment nog onvoldoende.  

Wij zijn blij met de opbrengst van de eerste ronde onderwijscafés. In de volgende ontmoetingen willen we daar met jullie op doorbouwen en we nodigen je dan ook van harte uit op 18 februari in Dordrecht en op 4 maart in Gorinchem. 

In verband met de catering het verzoek om je voor de bijeenkomst in Dordrecht op te geven uiterlijk 16 februari en voor Gorinchem voor 1 maart. Stuur een mail naar cverburg@davinci.nl

Marloes de Vries en Peter Vrancken

 

 

Bel ons Mail ons
Home Sluiten