Hoe wordt de pensioenpremie berekend?

Voor de berekening van het pensioen zijn  4 factoren van belang;

  1. Factor voltijd/deeltijd
    Werkt u voltijd? Dan telt elk kalenderjaar dat u werkt mee voor 1 jaar. Dat wordt uitgedrukt in een factor. Bij voltijd is dat dus factor 1. Werkt u bijvoorbeeld 80% deeltijd? Dan telt elk kalenderjaar dat u werkt mee voor 0,8 jaar. Dat is dus factor 0,8.
  2. Opbouwpercentage
    U bouwt elk jaar een stukje pensioen op. Het opbouwpercentage is het percentage van de pensioengrondslag (pensioengevend salaris - franchise) dat per jaar wordt opgebouwd. Zie verderop.
  3. Pensioengevend salaris
    Uw pensioengevend salaris wordt elk jaar in januari opnieuw vastgesteld. Uw pensioengevend salaris bestaat uit:
    - 12x uw brutosalaris van januari inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering
    - eventuele vaste toelagen
    - eventuele variabele (niet vaste) toelagen van het jaar daarvoor
    Werkt u in deeltijd? Dan rekent ABP met een voltijdsalaris. Deeltijdwerken wordt namelijk al verrekend in de factor voltijd/deeltijd.
  4. Franchise
    De franchise is het premievrije deel van uw salaris. Daarover betaalt u geen pensioenpremie en bouwt u dus geen ABP-pensioen op. Dat hoeft ook niet, want in feite  is die franchise de AOW die u later gaat krijgen.

Hoe wordt de pensioenpremie berekend?

Salaris € 4331   x 12                  = € 51972

Vakantiegeld  8%                   = €   4157

Eindejaarsuitkering 8,33%        = €   4329

   € 60.458                    pensioengevend salaris

Af Franchise                               € 12.650

   € 47.808                    hierover wordt pensioenpremie geheven

 

Premie (%)       19,6%              = € 9370 per jaar

Werkgever       13,33%            = € 6.372     ,,        ca  € 531 per maand

Werknemer       6,27%             = € 2997    ,,          ca  € 250 per maand.

(werknemer betaalt ook nog anw compensatie 0,225% dus totale pensioenpremie is 6,495% (zie salarisstrook)

Opbouwpercentage

Uitgangspunt was altijd dat een werknemer een ouderdomspensioen van 70% van zijn salaris moet kunnen bereiken. 70% is inclusief de AOW.

Men ging er lange tijd vanuit dat een werknemer in de periode tussen 25 jaar tot 65 jaar (AOW-leeftijd) pensioen opbouwde, dus gedurende 40 jaar. Om in 40 jaar 70% op te bouwen zou je dus gemiddeld per jaar 1,75% moeten inleggen (40x1,75%). Dit heet het opbouwpercentage.

Vanaf de jaren ’90  bleek dat steeds meer mensen niet aan die 40 opbouwjaren kwamen. Niet alleen studeerden mensen steeds langer en gingen ze pas op latere leeftijd werken, maar vanwege tal van pré FPU en VUT-regelingen, stopten ze al rond 60 jaar met werken. 

Om dan toch het uiteindelijk te bereiken pensioen enigszins op peil te houden (70%), werd geleidelijk het opbouwpercentage steeds verder opgehoogd. Zo bedroeg het opbouwpercentage bij het ABP tot voor een paar jaar nog 2,05 % ( komt overeen met ca 34 pensioenopbouw jaren). Door het steeds verder ophogen van het opbouwpercentage moesten werknemers en werkgevers natuurlijk wel steeds meer premie afdragen aan het ABP. Op het hoogtepunt bedroeg de pensioenafdracht ruim 23% van de loonkosten. Inmiddels zijn we weer omlaag naar 19,6%

Aanvankelijk was het geen probleem dat de werkenden eerder dan 65 jaar stopten met werken. Door de babyboom na de 2e WO waren er nog meer dan genoeg werkenden die samen genoeg premies opbrachten om de pensioenen te kunnen betalen.  Toen medio 2004-2005 ook die baby-bomers van lieverlee de FPU- en VUT leeftijd gingen bereiken, was het evenwicht tussen actieven en niet-actieven zoek en kwamen de pensioenfondsen in de problemen.

Dat was het moment voor de politiek om in te grijpen en in 2006 een streep te zetten door de VUT- en FPU regelingen en vervolgens de AOW leeftijd te verhogen.

Het verhogen van de AOW leeftijd en het dus weer langer opbouwen van het pensioen had tot gevolg dat het opbouwpercentage weer omlaag kon.

Momenteel hanteert het ABP 2 opbouwpercentages:

  • salaris lager dan € 37.578,45, dan is het opbouwpercentage 1,701%.
  • salaris hoger dan € 37.578,45 dan is het opbouwpercentage 1,875%. 

Er ligt nog een afspraak met de politiek dat het opbouwpercentage van 1,875% in 2016 nog verder wordt verlaagd naar 1,75%.  Het is overigens nog maar de vraag of dat , gelet op de financiële positie van het ABP nog wel doorgaan kan vinden.

Fiscale ruimte

Tot voor kort kon je op mijnABP en ook in het jaarlijks pensioenoverzicht je fiscale ruimte zien.

De belastingdienst hanteert spelregels voor het opbouwen van pensioen. Dat mag niet onbeperkt. De fiscus hanteert daarvoor jaarlijks een maximaal opbouwpercentage (bijv. 2,25%)

Met dit maximale opbouwpercentage per jaar wordt berekend wat iemand in zijn arbeidzame leven maximaal aan pensioen had mogen opbouwen en dat wordt afgezet tegen wat daadwerkelijk aan pensioen is opgebouwd.

Het verschil is dan de fiscale ruimte en die mag je benutten om je pensioen aan te vullen, door bijv. extra stortingen te doen met ABP Extra. Ook de werkgever mag voor een werknemer belastingvrij een storting doen in diens fiscale ruimte.

Het maximale opbouwpercentage dat de belastingdienst hanteert is de laatste jaren telkens verlaagd en dat betekent dat op dit moment de fiscale ruimte nog maar zeer gering is.

Het is zelfs al zover dat het ABP de fiscale ruimte niet meer laat zien, die moet de deelnemer apart opvragen.

Bel ons Mail ons
Home Sluiten