Algemene informatie Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) |
![]() |
Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo)
Het vavo van het Da Vinci College verzorgt in Dordrecht vwo-opleidingen voor volwassenen. Het vwo bereidt voor op een universitaire opleiding en geeft ook toegang tot het hoger beroepsonderwijs (hbo). De lessen worden op een volwassen manier gegeven. Je draagt zelf de verantwoordelijkheid voor je studie en werkt veelal zelfstandig. De meeste vakken worden in blokken van minimaal 3 lesuren (van 30 minuten) achter elkaar aangeboden. Het vwo wordt in een éénjarig traject (aansluitend op havo) aangeboden.
Diploma's
De examens in het volwassenenonderwijs zijn gelijk aan de examens in het reguliere dagonderwijs. De vakken worden op dezelfde manier geëxamineerd, door het schoolexamen of door het schoolexamen gevolgd door het centraal examen. De maatschappelijke waarde van diploma's van het volwassenenonderwijs en van het reguliere dagonderwijs is gelijk. De normen voor zakken en slagen zijn identiek. In het volwassenenonderwijs geldt de vrijstellingsregeling voor de vakken culturele en kunstzinnige vorming (ckv) en lichamelijke opvoeding (lo) uit het gemeenschappelijk deel. Als het vak klassieke culturele vorming (kcv) is afgesloten, kan dat in het vrije deel gebruikt worden.
Studeren per vak
Via het Da Vinci College kun je het diploma ook in delen behalen. Per schooljaar doe je dan in één of meer vakken examen voor een certificaat. Deze certificaten blijven tien jaar geldig. Door per vak te studeren kun je een eerder gevolgde opleiding aanvullen of afmaken of op een plezierige manier kennis maken met een vak waar je persoonlijke belangstelling naar uitgaat. Soms is het mogelijk om met enkele relevante certificaten toegelaten te worden tot de Universiteit (21+ regeling).
Opleidingsduur
De duur van de opleiding is sterk afhankelijk van vooropleiding (havo-diploma of vwo 5), voorkennis vooral van de vakken wiskunde, Duits of Frans, inzet, aanleg en studietempo (voltijd of deeltijd). Het volledige vwo-programma kan bij voldoende vooropleiding en vrijstellingen in één jaar worden afgesloten met een diploma. Je hebt per centraal examenvak vier tot zes lesuren van 30 minuten per week. Voor de vakken die met een schoolexamen worden afgesloten zijn meestal 3 lesuren per week (soms in combinatie met het havo-programma) toereikend. Bij onvoldoende voorkennis van de vakken wiskunde, Duits en/of Frans kan geadviseerd worden eerst het havo-programma te volgen. Bij twijfel moet je een instaptoets afleggen. Zie ook toelatingseisen.
Toelatingseisen
Voor een volledig pakket kun je worden toegelaten, als je:
bent gezakt voor het vwo-diploma.
een overgangsbewijs hebt van vwo-5 naar vwo-6, maar nog geen examen hebt afgelegd.
bent blijven zitten in vwo-5 en de afleverende school het haalbaar acht dat je examen gaat doen.
je een havo-diploma hebt volgens het programma van de vernieuwde tweede fase (VTF) met gemiddeld 7 voor de profielvakken én Nederlands en Engels. Indien je Frans of Duits niet op havo-niveau hebt afgesloten, is een schakelcursus met instaptoets vereist.
In principe moet het profiel dat je in het havo of in vwo 5 gekozen had, worden gehandhaafd. Bij verandering van profiel is altijd overleg met de betrokken vakdocenten vereist. Zonodig wordt een toelatingsexamen afgenomen.
Cursisten die op 1 augustus 2010 16 of 17 jaar zijn, kunnen alleen worden toegelaten met de uitdrukkelijke instemming van de afleverende school. De cursist blijft bij de afleverende school ingeschreven en wordt met de bekostiging overgedragen aan het vavo. De v o-school heeft hierover een contract afgesloten met het Da Vinci College. Wanneer je als 16 of 17 jarige momenteel niet bij een vo-school staat ingeschreven en je wilt toch naar het vavo, zul je eerst een vo-school moeten zoeken die je in wil schrijven. Helaas is het niet mogelijk om bij een vo-school ingeschreven te blijven als je al een havo- of vwo-diploma hebt behaald.
De aanmelding van cursisten voor het vavo vindt plaats via Mw. C.P. Koppelaar van het Bureau Leerplicht en voortijdig schoolverlaten in Dordrecht (telefoon 078 639 80 90). Voor de gesubsidieerde vavo-opleiding met goedkeuring van Bureau Leerplicht en voortijdig schoolverlaten geldt in principe een maximale verblijfsduur van 2 jaar. Na aanmelding en goedkeuring vindt de intake voor het profiel én de vakken plaats bij het vavo in het gebouw aan de Romboutslaan 40 te Dordrecht.
Vrijstellingen vanwege vwo certificaten Tweede Fase Oude Regeling (TFOR) en Vernieuwde Tweede Fase (VTF)
Volgens de wijziging in het examenbesluit van 12 september 2000 mogen certificaten maximaal 10 jaar oud zijn. Bovendien geldt voor vakken uit het vwo programma van vóór de tweede fase de betreffende ‘oud naar nieuw regeling'.
In het schooljaar 2007 - 2008 is de vernieuwde tweede fase (VTF) in het vierde leerjaar van het reguliere voortgezet onderwijs van start gegaan. Het vo neemt in 2010 voor het eerst het CE volgens de Vernieuwde Tweede Fase (VTF) af. In het schooljaar 2010-2011 start het vavo met het examenjaar vwo VTF. Het vavo zal voor het eerst in 2011 het Centraal examen (CE) vwo afnemen volgens het VTF programma. Voor leerlingen met certificaten of een cijferlijst volgens het vwo programma Tweede Fase Oude Regeling (TFOR) geldt een speciale "tweede fase oud naar nieuw" regeling!
Vrijstellingen en faciliteiten
Op grond van zeer bijzondere omstandigheden zoals herkomst kan een cursist worden vrijgesteld van de tweede moderne vreemde taal, Fa of Du in het gemeenschappelijk deel (zie inhoud van de opleiding). Ook is het mogelijk om op grond van een deskundigenverklaring of een bewijs van kort verblijf in Nederland examenfaciliteiten aan te vragen zoals tijdsverlenging, grootschrift, gebruik van woordenboek etc.
Een havo-diploma geeft vrijstelling voor de vakken algemene natuurwetenschappen (anw), maatschappijleer en culturele kunstzinnige vorming (ckv) uit het gemeenschappelijk deel.
Inhoud van de opleiding
Evenals bij het havo bestaat het vwo-programma uit een gemeenschappelijk deel, dat voor iedereen verplicht is, een profieldeel met keuze uit vier profielen en het vrije deel. In het schooljaar 2010-2011 wordt het vwo examen voor het eerst volgens het programma van de vernieuwde tweede fase (VTF) afgenomen.
Voor de VTF bestaat het gemeenschappelijk deel bij het vavo uit de vakken Nederlands, Engels, 2de moderne vreemde taal (Frans of Duits), maatschappijleer en algemene natuurwetenschappen (anw).
De vier profielen waaruit je kunt kiezen, zijn:
Cultuur en Maatschappij (C&M): wiskunde C (of A of B), geschiedenis en twee vakken waarvan één te kiezen uit de cultuurvakken t.w.: derde moderne vreemde taal, (filosofie * of een kunstvak *) en één te kiezen uit de maatschappijvakken: maatschappijwetenschappen, aardrijkskunde of economie.
Economie en Maatschappij (E&M): wiskunde A (of B), economie, geschiedenis en één vak te kiezen uit: moderne vreemde taal, aardrijkskunde, maatschappijwetenschappen of (M&O *).
Natuur en Gezondheid (N&G): wiskunde A (of B), scheikunde, biologie en één vak te kiezen uit: natuurkunde, aardrijkskunde (of NL&T *).
Natuur en Techniek (N&T): wiskunde B, natuurkunde, scheikunde en één vak te kiezen uit: biologie, wiskunde D (of NL&T * of informatica *).
Tot slot moet je dit geheel aanvullen met minimaal één vak in het vrije deel, bijvoorbeeld een vak uit een niet gekozen profiel.
Vakken met een * worden op het vavo bij het vwo niet aangeboden!
Informatie over de vakken
Nederlands
Het vak Nederlands bestaat uit de onderdelen lezen, spreken, schrijven en letterkunde.
In de lessen verwerf je spreek-, schrijf- en leesvaardigheid in de Nederlandse taal op vwo-niveau. Door het lezen en bespreken van boeken en het analyseren en samenvatten van teksten, krijg je inzicht in de verschillende aspecten van je eigen taal en cultuur. Je leert de structuur van moeilijke teksten doorzien.
Aan je spreekvaardigheid wordt gewerkt door het geven van presentaties en het voeren van groepsdiscussies. Je leert stellingen en argumenten formuleren en onderbouwen.
Om je schriftelijke taalvaardigheid te vergroten zul je diverse tekstsoorten schrijven, zoals brieven, uiteenzettingen, beschouwingen en betogen. De teksten worden gebundeld in je persoonlijke schrijfdossier.
Door het lezen en bespreken van gedichten, verhalen en romans ga je de Nederlandse literatuur beter begrijpen. Voor het onderdeel letterkunde maak je een persoonlijk leesdossier waarin je leeservaringen en een aantal uitgebreide analyses worden vastgelegd. Je leest 12 boeken, waarvan er vier vóór 1880 verschenen moeten zijn. Deze boeken zijn oorspronkelijk in het Nederlands geschreven. Ook analyseer je vier gedichten. We besteden daarnaast uitgebreid aandacht aan de (westerse) literatuurgeschiedenis.
Op het Centraal Schriftelijk Examen wordt je leesvaardigheid getoetst door het verklaren van teksten en moet je een korte samenvatting kunnen schrijven.
Frans
Een toekomst zonder Frans is ondenkbaar. Hoe kun je anders genieten van al het goede dat Frankrijk en vele andere Franstalige landen bieden aan contacten, eten, drinken, vermaak, cultuur? Denk maar aan de Franse en Belgische keuken, de wijnen, chansons, films, boeken, radio, televisie, Internet, en vooral zo maar een praatje met iemand op een terrasje of op straat in één of ander dorpje.
Bij veel studies en beroepen biedt kennis van de Franse taal en cultuur meer mogelijkheden. In zakelijke contacten blijkt gebrek aan kennis van de Franse taal en cultuur een grote hinderpaal. Het Nederlandse bedrijfsleven laat hierdoor in Frankrijk vele miljarden aan orders liggen.
Werk dus aan je toekomst met Frans.
Bij Frans wordt de leesvaardigheid bij het centraal eindexamen getoetst. Je bereidt je hierop voor aan de hand van een grote diversiteit aan tekstsoorten en onderwerpen.
Bij Frans nemen ook de vaardigheden luisteren, spreken en schrijven een belangrijke plaats in. Je oefent met allerlei situaties en onderwerpen,zodat een gesprek in het Frans je niet meer zo zal afschrikken. Je zult lezingen en enigszins wetenschappelijke teksten kunnen begrijpen. Bij een vervolgstudie kan dat immers nodig zijn! Je leest literaire boeken en leert literatuurgeschiedenis. De Franse literatuur en ideeën waren en zijn immers van grote invloed op de Europese geschiedenis.
Duits
Duits is voor ons Nederlanders een zeer belangrijke taal. De Duitse Bondsrepubliek is onze grootste buur en daarbij ook onze grootste handelspartner. Met het oog op de verdere eenwording van Europa zal de communicatie in deze taal - mondeling en schriftelijk - in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en in andere delen van Midden-Europa alleen maar toenemen.
In cultureel opzicht hebben deze landen veel te bieden. Op het gebied van de literatuur, bouwkunst, muziek, enzovoort hebben vele prominenten grote prestaties geleverd. In het historisch rijke verleden ligt de verklaring van het heden. Toeristisch gezien bieden deze landen vele interessante mogelijkheden om vakanties door te brengen, zowel in de zomer als in de winter.
Op het vwo breid je je kennis van de Duitse taal verder uit. Centraal staat de leesvaardigheid. Aan de hand van teksten uit tijdschriften, kranten en van het Internet leer je kritisch te lezen en te interpreteren. Verder komen daar luisteren, spreken en schrijven bij. Je leert een gesprek te voeren in de Duitse taal. Het schrijven van een functionele brief oefenen we intensief. Ook moet je van een aantal literaire werken een leesdossier maken en maak je kennis met de Duitse literatuurgeschiedenis.
Engels
Engels is onontbeerlijk in welke situatie dan ook, een steeds noodzakelijker brug naar toekomstige opleidingen We besteden in de lessen veel aandacht aan communicatieve vaardigheden. Luistervaardigheid neemt in het programma dan ook een prominente plaats in, waarbij de cito-toets de afsluiting vormt. Uitspraak en spreekvaardigheid worden verbeterd door middel van spreekopdrachten, bijvoorbeeld discussies en groepsopdrachten. Het lezen van teksten op cito-niveau is vooral gericht op het aanleren van leesstrategieën. Het hele leerjaar door besteden we aandacht aan de grammatica. De schrijfvaardigheid staat hierbij centraal.
De Engelse literatuur behandelen we thematisch, waarbij de nadruk ligt op de ontwikkeling van de persoonlijke smaak. Het gaat vooral om de inhoud van de gelezen teksten en verder moet een vijftal door de docent goedgekeurde Engelse boeken, getoetst worden.
Wiskunde
In alle tweede fase profielen is het vak wiskunde verplicht.
Het profiel C&M heeft wiskunde C (480 slu) of wiskunde A (520 slu)
In het profiel E&M is dit wiskunde A (520 slu)
Het profiel N&G heeft wiskunde A (520 slu) of B (600 slu) +evt. D) (440 uur) en
Het profiel N&T wiskunde B (600 slu) + evt. wiskunde D) (440 slu)
Wiskunde C: Vaardigheden. Formules, functies en grafieken. Discrete analyse. Grafen en matrices. Statistiek en kansrekening. Keuzeonderwerp(en)
Wiskunde A: Vaardigheden. Functies en grafieken. Discrete analyse. Combinatoriek en kansrekenen. Differentiaalrekening + toepassingen. Grafen en matrices. Keuzeonderwerp(en)
Wiskunde B: Vaardigheden. Functies en grafieken. Discrete analyse. Differentiaal- en integraalrekening. Goniometrische functies. Voortgezette meetkunde. Keuzeonderwerp(en)
Wiskunde D: Dit is een nieuw vak waarbij geen Centraal Schriftelijk Examen afgenomen zal worden. Wij hanteren het ‘Schoolmodel'. (Zie Getal en Ruimte) Onderwerpen: Ruimtemeetkunde, hoeken en afstanden, discrete dynamische modellen, complexe getallen, statistiek en kansrekenen, combinatoriek, correlatie en regressie, k egelsneden, lijnen en cirkels, continue dynamische modellen, limieten, krommen. (Bij wiskunde D zal een grote mate van zelfstandig werken vereist zijn.)
Biologie
Biologie houdt zich bezig met het leven op aarde: alle organismen die er leven of die er geleefd hebben. Een deel van de biologie houdt zich bezig met de mens en gezondheid. Hoe zit een mens in elkaar?Hoe functioneert alles? Hoe gedraagt hij zich? Hoe geeft hij zijn erfelijke eigenschappen door?
Een ander deel van de biologie stelt niet die ene soort, de mens, centraal, maar kijkt naar de grote verscheidenheid aan soorten op aarde. Hoe zijn al die soorten ontstaan? Welke verschillen en overeenkomsten zijn er? Welke wisselwerkingen zijn er tussen soorten en hoe kunnen we ze behouden? Dit deel van de biologie houdt zich bezig met natuur en milieu.
Sinds de jaren vijftig is de biotechnologie sterk in opkomst. Deze technologie geeft ons een beter inzicht in het ontstaan van kanker. Door deze technologie kunnen medicijnen en vaccins op een betere manier geproduceerd worden. Deze technologie leidt ook tot belangrijke maatschappelijke discussies.
Biologische kennis speelt dus een rol in veel beroepen. Ook hebben veel mensen een hobby waarin een stukje biologie onmisbaar is. Redenen genoeg om je te verdiepen in biologie.
In de loop van één jaar wordt het hele biologieprogramma behandeld. Praktische opdrachten zullen de theorie afwisselen. Ook zal er een eigen biologisch onderzoek gedaan worden.
Heel veel biologische processen worden bepaald door chemische reacties. Enige scheikundige kennis is dan ook zeker aan te bevelen.
Biologie is een verplicht profielvak in het profiel NG en een profielkeuzevak in het profiel NT.
Natuurkunde
Natuurkunde onderzoekt de niet levende natuur om je heen en probeert te beschrijven hoe bepaalde dingen plaatsvinden. Daartoe probeert ze patronen te ontdekken en die vervolgens in de vorm van formules of theorieën te gieten. Uiteindelijk zoeken we antwoorden op vragen zoals: waarom is de hemel blauw, hoe kunnen we scherp zien en hoe kunnen we het beste omgaan met onze energievoorraad?
We beginnen met "eenvoudige" situaties. In de lessen wordt de basis gelegd voor een aantal domeinen zoals de mechanica, warmteleer, golven en straling, elektriciteit en magnetisme. Natuurkunde is behoorlijk abstract en je zult veel gebruik maken van wiskunde.
Sommigen hebben het vak nodig om toegelaten te worden op een vervolgopleiding (niet alleen technisch onderwijs), anderen zien het kiezen van natuurkunde als een investering voor later. Kennis van natuurkunde stelt je in ieder geval in staat de wereld om je heen beter te begrijpen.
Scheikunde
Dat je voor een studie medicijnen, diergeneeskunde of chemische technologie scheikunde op vwo-niveau nodig hebt, zal iedereen bekend zijn. Maar er zijn nog veel meer universitaire studies en hbo-opleidingen waar het vak scheikunde zinvol is. Denk bijvoorbeeld aan psychologie of bouwkunde. Het vak is niet alleen van belang voor een beroep of studie. Als je op niveau wilt meepraten over onderwerpen als milieu, veiligheid en gezondheid is kennis van de chemie onontbeerlijk.
Wat is het verschil tussen links- en rechtsdraaiend melkzuur? Hoe bereken je de samenstelling van een buffer met bepaalde pH? Hoe bouw je een accu van 12 Volt? Deze en nog veel meer vragen leer je te beantwoorden bij het vak scheikunde. De scheikundestof op het vwo is abstracter dan op de havo. De toepassingen liggen op een hoger niveau, zoals de chemische industrie, medische analyses en elektrochemie.
Om succes te hebben in de eenjarige vwo-opleiding heb je minimaal voorkennis nodig op havo-niveau plus voldoende kennis van wis- en natuurkunde. Daarnaast zijn een goede studiehouding en doorzettingsvermogen van belang.
Aardrijkskunde
Aardrijkskunde is altijd en overal om je heen. Bij aardrijkskunde leer je de samenhang zien tussen allerlei verschijnselen die zich in je eigen omgeving en elders op de wereld voordoen. Je leert inzien dat dagelijkse gebeurtenissen geen incidenten zijn maar voortkomen uit allerlei gegevens die met elkaar te maken hebben.
Wanneer in een land vrouwen het werk op de akkers doen, dan heeft het weinig zin om aan de mannen te vertellen wat er moet worden veranderd om een betere oogst te krijgen. Hoe kan een fabrikant succes boeken met de verkoop van bepaalde producten als hij niets weet over de gewoonten van het land? Hoe kun je vakantieplannen maken als je niets weet over het klimaat, de natuur of de gewoonten van het land waar je naar toe wilt? Zo kunnen we nog wel even door gaan.
Een bioloog kijkt naar het milieuvraagstuk, een econoom kijkt naar de prijs die de milieuvervuiling vraagt. Een geograaf ziet echter dat talloze factoren een rol spelen die samen het milieuvraagstuk bepalen en moeten oplossen. Aardrijkskunde is dus een vak waar je je hele leven plezier van kunt hebben.
De onderwerpen voor het schoolexamen en centraal schriftelijk examen zijn:
Domein Wereld: het proces van mondialisering in de verschillende dimensies.
Domein Aarde: de endogene en exogene processen en de kringlopen die hierbij een rol spelen.
Domein gebieden: Zuidoost Azië in fysisch-geografisch- en sociaalgeografische context plaatsen.
Domein Leefomgeving: Overstromingen en wateroverlast en Stedelijke gebieden in Nederland.
In het kader van het onderwerp Leefomgeving dient een praktische opdracht gemaakt te worden.
Geschiedenis
"De geschiedenis is de leermeester der mensheid", zo zei men al in de eerste eeuw in het Romeinse Rijk, en daarom is het een vak dat iedereen zou moeten volgen.
Tijdens de geschiedenislessen wordt in hoofdlijnen een overzicht van de voornamelijk Westerse geschiedenis behandeld. Er is aandacht voor de Oudheid, de tijd van de Griekse en Romeinse beschavingen; voor de tijd van de Vernieuwingen en uitvindingen en voor de veranderende ideeën die passen bij een zich vernieuwende samenleving. Dan is er aandacht voor de 19e en 20e eeuw, en speciaal voor de ontwikkelingen in ons eigen land - van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tot het democratisch koninkrijk waarin we nu leven.
Ook het kolonialisme en imperialisme zullen worden behandeld, evenals de soms zeer problematisch verlopende dekolonisatieprocessen.
Wie het bovenstaande leest zal begrijpen dat een dergelijk programma, in één of twee jaar uitgevoerd, zich moet beperken tot de hoofdlijnen. Wel wordt aandacht geschonken aan de vaardigheden, die nodig zijn om zelf kennis te verwerven, door gegevens op te zoeken en kritisch te toetsen.
Maatschappijwetenschappen
Met het vak maatschappijwetenschappen vergroot je je kennis en inzicht in de Nederlandse samenleving. Met het vak maatschappijwetenschappen in het profiel kun je bovendien gemakkelijker doorstomen naar opleidingen in de bestuurlijke of sociaal-culturele sfeer.
In het gemeenschappelijk deel (bij het vak maatschappijleer) komen de volgende onderwerpen aan de orde:
politieke besluitvorming; het proces van politieke besluitvorming, politieke stromingen en de verhouding tussen regering, parlement, ambtenaren en pressiegroepen.
mens en werk; de betekenis van arbeid, werkgevers- en werknemersorganisaties en sociale wetgeving.
massamedia; de betekenis van massamedia voor de samenleving, beïnvloeding via massamedia en het publieke bestel versus de commerciële zenders.
praktische opdracht; presentatie over de Europese Unie op basis van een onderzoeksstelling en het verzamelen van relevant bronnenmateriaal.
Het vak maatschappijwetenschappen kan in het vrije deel worden gekozen en in de profielen Cultuur en Maatschappij en Economie en Maatschappij. Voor het vak maatschappijwetenschappen doe je ook centraal examen. Wanneer je het vak maatschappijwetenschappen hebt gekozen, kun je ook het profielwerkstuk over een maatschappelijk onderwerp doen. Naast de onderwerpen uit het gemeenschappelijk deel komen de volgende onderwerpen aan de orde:
multiculturele samenleving; asielbeleid, cultuurverschillen, maatschappelijke ongelijkheid, de positie van etnische minderheden en minderhedenbeleid van de overheid.
criminaliteit en rechtstaat; het strafprocesrecht, omvang en oorzaken van criminaliteit en functies van straffen.
ontwikkelingssamenwerking; motieven en belangen van ontwikkelingssamenwerking, cultuurverschillen, het overheidsbeleid t.a.v. ontwikkelingssamenwerking.
praktische opdracht: Betoog.
Heb je maatschappijleer op je vorige school voldoende afgesloten en wil je maatschappijwetenschappen in het profiel- of vrije deel doen, dan moet je over de onderwerpen van maatschappijleer opnieuw schoolexamen afleggen!
In 2011 zijn de onderwerpen politieke besluitvorming, criminaliteit en rechtstaat en massamedia examenonderwerpen.
Economie
Het vak economie houdt zich bezig met algemene economische verschijnselen zoals inflatie, werkloosheid en het nationale inkomen. Ook wordt er aandacht besteed aan de invloed van de overheid op de situatie van personen en bedrijven. Daarnaast is de prijsvorming onderdeel van het programma.
Met dit vak ben je in staat de economische pagina van de krant met meer kennis van zaken te lezen. Dat zal je nodig hebben bij je algemene ontwikkeling en bij studies, zoals de economische en juridische richtingen op het HBO en de universiteit.
Hier volgt een greep uit de onderwerpen die worden behandeld:
schaarste, welvaart, armoede en het nationale inkomen
overheidsmaatregelen ter bescherming van de consument en het milieu
de rijksbegroting en het belastingstelsel
conjunctuur, werkgelegenheid, inflatie en koopkracht
de euro, de dollar, de Europese Centrale Bank en de algemene banken;
de concurrentiepositie
de kosten en opbrengsten van ondernemingen
de marketing
de Europese Unie, de betalingsbalans en de ontwikkelingslanden
de keynesiaanse en monetaristische visie op de economie
Economie wordt afgesloten met een schoolexamen bestaande uit drie schriftelijke toetsen en een praktische opdracht.