Algemene informatie Hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) |
![]() |
Hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo)
Het vavo van het Da Vinci College verzorgt in Dordrecht havo-opleidingen voor (jong)volwassenen. Vanaf het schooljaar 2009-2010 wordt het HAVO examen volgens het Vernieuwde Tweede Fase (VTF) programma afgenomen. Het havo bereidt voor op een studie aan het hoger beroepsonderwijs (hbo). Met een havo-diploma kun je ook - meestal versneld - een middelbare beroepsopleiding (mbo) volgen en word je (onder voorwaarden) toegelaten tot het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo). De lessen worden op een volwassen manier gegeven. Je draagt zelf de verantwoordelijkheid voor je studie en werkt veelal zelfstandig. De meeste vakken worden in blokken van 3 lesuren (van 30 minuten) achter elkaar aangeboden.
De vakken worden in éénjarige en tweejarige trajecten aangeboden. Na het vmbo-tl (of met een oud mavo diploma) volg je een tweejarig havo programma. Soms is een combinatie mogelijk van vakken volgens het één- en tweejarige programma. In elke situatie wordt bij de intake bekeken welk programma het best bij je past.
Diploma's
De examens in het volwassenenonderwijs zijn gelijk aan de examens in het reguliere dagonderwijs. De vakken worden op dezelfde manier geëxamineerd, door het schoolexamen of door het schoolexamen gevolgd door het centraal examen. De maatschappelijke waarde van diploma's van het volwassenenonderwijs en van het reguliere dagonderwijs is gelijk. De normen voor zakken en slagen zijn identiek. In het volwassenenonderwijs geldt de vrijstellingsregeling voor de vakken culturele en kunstzinnige vorming (ckv) en lichamelijke opvoeding (lo) uit het gemeenschappelijk deel.
Studeren per vak
Op het Da Vinci College kun je het diploma ook in delen behalen. Per schooljaar doe je dan in één of meer vakken examen voor een certificaat. Deze certificaten blijven tien jaar geldig. Door per vak te studeren, kun je een eerder gevolgde opleiding aanvullen of afmaken of op een plezierige manier kennismaken met een vak waar je persoonlijke belangstelling naar uitgaat. Ook is het mogelijk om, vanaf het jaar waarin je 21 wordt, met een beperkt aantal HAVO certificaten toegelaten te worden in het HBO!
Toelatingseisen voor havo 5 (versneld)
Voor een volledig pakket kun je worden toegelaten, als je:
wel havo-5 gevolgd hebt, maar gezakt bent of niet toegelaten bent tot het examen.
een overgangsbewijs hebt
van havo-4 naar havo-5 of
van vwo-4 naar vwo-5 of
op een andere manier toelaatbaar bent tot havo-5 (bijvoorbeeld vanuit vwo-4).
Ook moet het vak maatschappijleer, dat met alleen een schoolexamen wordt afgesloten, voldoende zijn afgerond.
Toelatingseisen voor havo 4
Met een vmbo-tl diploma ben je alleen toelaatbaar tot de tweejarige havo-opleiding. Je moet wel examen gedaan hebben in de juiste profielvakken.
Als je een overgangsbewijs hebt van havo 3 naar havo 4 of van vwo 3 naar vwo 4 ben je toelaatbaar tot de tweejarige havo opleiding.
Voor het studeren per vak moet je voor het betreffende vak tenminste voorkennis hebben op VMBO-tl examenniveau.
In principe moet het profiel waarvoor gekozen is, worden gehandhaafd. Bij verandering van profiel is altijd overleg met de betrokken vakdocenten vereist. Zo nodig wordt een toelatingsexamen geëist.
Cursisten die op 1 augustus 2010 16 of 17 jaar zijn, kunnen alleen worden toegelaten met de uitdrukkelijke instemming van de afleverende school. De cursist blijft bij de afleverende school ingeschreven en wordt met de bekostiging overgedragen aan het vavo. De VO-school heeft h ierover een contract afgesloten met het Da Vinci College. Wanneer je als 16 of 17 jarige momenteel niet bij een VO-school staat ingeschreven en je wilt toch naar het vavo, zul je eerst een VO-school moeten zoeken die je in wil schrijven.
De aanmelding van cursisten voor het vavo vindt plaats via Mw. C.P. Koppelaar van het Bureau leerplicht en voortijdig schoolverlaten in Dordrecht (telefoon: 6398090). Voor de gesubsidieerde vavo-opleiding met goedkeuring van Mw. C.P. Koppelaar geldt in principe een maximale verblijfsduur van 2 jaar. Na aanmelding en goedkeuring vindt de intake voor het type opleiding, het profiel én de vakken plaats bij het vavo op de locatie Romboutslaan 40.
Vrijstellingen vanwege havo- of vwo-certificaten
Vwo-certificaten geven altijd vrijstelling voor het desbetreffende vak op havo-niveau. Deze certificaten zijn echter alleen in te wisselen voor een havo-diploma indien minimaal in één havo-vak ook daadwerkelijk examen is gedaan op havo niveau.
Volgens de wijziging in het examenbesluit van 12 september 2000 mogen certificaten maximaal 10 jaar oud zijn. Voor certificaten volgens het programma van de tweede fase oude regeling (TFOR) geldt voor elk vak de betreffende "oud naar nieuw regeling".
Vrijstellingen en faciliteiten
Het is mogelijk om op grond van een deskundigenverklaring (bijvoorbeeld voor dyslexie) of een bewijs van kort verblijf in Nederland examenfaciliteiten aan te vragen zoals tijdsverlenging, grootschrift, gebruik van woordenboek etc.
Inhoud van de opleiding
De havo-opleiding bestaat uit een gemeenschappelijk deel, dat voor iedereen verplicht is, een profieldeel, waarbij je een keuze moet maken uit vier profielen en het vrije deel. In het schooljaar 2010 - 2011 wordt het havo programma aangeboden volgens de Vernieuwde Tweede Fase (VTF). Zie ook het aparte profielenschema!
Het gemeenschappelijk deel bestaat uit de vakken Nederlands en Engels en maatschappijleer.
De vier profielen waaruit je kunt kiezen, zijn:
Cultuur en Maatschappij (C&M): tweede moderne vreemde taal, geschiedenis en één cultuur vak, keuze uit: derde moderne vreemde taal en filosofie (of een kunstvak*) en één maatschappijvak, keuze uit: maatschappijwetenschappen, economie of aardrijkskunde.
economie en Maatschappij (E&M): wiskunde A of B, economie, geschiedenis en één vak te kiezen uit aardrijkskunde, tweede moderne vreemde taal (MVT), maatschappijwetenschappen of M&O.
Natuur en Gezondheid (N&G): wiskunde A of B, scheikunde, biologie en één vak te kiezen uit aardrijkskunde en natuurkunde (of NL&T*).
Natuur en Techniek (N&T): wiskunde B, natuurkunde en scheikunde en één vak te kiezen uit: biologie en wiskunde D (of NL&T of Informatica*).
Moderne vreemde taal = Frans of Duits
( *) deze vakken worden bij het VAVO niet aangeboden.
Tot slot moet je dit geheel aanvullen met minimaal één vak in het vrije deel, bijvoorbeeld een (keuze)-examen vak uit een niet gekozen profiel met minimaal 320 SBU.
Informatie over de vakken
Nederlands
Het vak Nederlands bestaat uit de onderdelen lezen, spreken, schrijven en letterkunde.
In de lessen verwerf je spreek-, schrijf- en leesvaardigheid in de Nederlandse taal op havo-niveau. Door het lezen en bespreken van boeken en het analyseren en samenvatten van teksten, krijg je inzicht in de verschillende aspecten van je eigen taal en cultuur. Je leert de structuur van moeilijke teksten doorzien.
Aan je spreekvaardigheid wordt gewerkt door het geven van presentaties en het voeren van groepsdiscussies. Je leert stellingen en argumenten formuleren en onderbouwen.
Om je schriftelijke taalvaardigheid te vergroten, zul je diverse tekstsoorten schrijven, zoals brieven, uiteenzettingen, beschouwingen en betogen. De teksten worden gebundeld in je persoonlijke schrijfdossier.
Door het lezen en bespreken van gedichten, verhalen en romans ga je de Nederlandse literatuur beter begrijpen. Voor het onderdeel letterkunde maak je een persoonlijk leesdossier waarin je leeservaringen en een aantal uitgebreide analyses worden vastgelegd. Je leest 8 boeken die oorspronkelijk in het Nederlands geschreven zijn, en analyseert twee gedichten.
Op het Centraal Schriftelijk Examen wordt je leesvaardigheid getoetst door het verklaren van teksten en moet je een korte samenvatting kunnen schrijven.
Frans
Een toekomst zonder Frans is ondenkbaar. Hoe kun je anders genieten van al het goede dat Frankrijk en vele andere Franstalige landen bieden aan contacten, eten, drinken, vermaak, cultuur? Denk maar aan de Franse en Belgische keuken, de wijnen, chansons, films, boeken, radio, televisie, Internet, en vooral zo maar een praatje met iemand op een terrasje of op straat in één of ander dorpje. Bij veel studies en beroepen biedt kennis van de Franse taal en cultuur meer mogelijkheden. In zakelijke contacten blijkt gebrek aan kennis van taal en cultuur een grote hinderpaal. Het Nederlandse bedrijfsleven laat hierdoor in Frankrijk miljarden aan orders liggen. Werk dus aan je toekomst met Frans.
Bij Frans staan onder andere luisteren en spreken op het programma. We oefenen met allerlei situaties en onderwerpen, bijvoorbeeld nieuwsuitzendingen van TV5 en telefoongesprekken. Natuurlijk moet je ook teksten lezen. Zonder kennis van diverse onderwerpen, van specifiek Franse situaties en gebruiken en van de nodige woorden zul je immers weinig kunnen verstaan en spreken in het Frans. Je leest enkele boeken, artikelen uit Franse kranten en tijdschriften en teksten van Internet. Ook leer je brieven schrijven, de tekst van een e-mail opstellen en korte verslagen maken.
Duits
Bij het vak Duits houd je je sinds de invoering van de nieuwe 2e fase met alle vaardigheden bezig: spreekvaardigheid, luistervaardigheid, schrijfvaardigheid en leesvaardigheid. Tijdens de lessen wordt er uitgebreid ingegaan op de Duitse grammatica met al haar regels en eigenaardigheden met als uiteindelijke doel: het schrijven van een brief. Er wordt veel geoefend met het spreken in het Duits, alsmede met het beluisteren en/of bekijken van Duitse fragmenten (CD of DVD). In het eindexamen speelt de leesvaardigheid een grote rol. Het Centraal Schriftelijk Examen bestaat voor de helft uit het verklaren van teksten. Literatuur is sinds de invoering van de nieuwe 2e fase een onderdeel van het vak Duits, dus je gaat ook een aantal Duitse boeken lezen. Al met al nogal wat vaardigheden die een rol spelen binnen het vak Duits, maar waar je na je havo-opleiding absoluut bij gebaat bent binnen een vervolgstudie of privé. De Duitse taal is zeker voor Nederland een belangrijke taal, daar een groot gedeelte van de handel de handel met Duitsland is. Auf Wiedersehen und hoffentlich bis bald!
Engels
Engels is onontbeerlijk in welke situatie dan ook en een steeds noodzakelijker brug naar de toekomstige opleidingen. We besteden in de lessen veel aandacht aan communicatieve vaardigheden. Luistervaardigheid heeft dan ook een prominente plaats in het programma, waarbij de cito-luistertoets de afsluiting vormt. Uitspraak en spreekvaardigheid train je door spreekopdrachten uit te voeren, bijvoorbeeld discussies en groepsopdrachten. Het lezen van teksten op cito-niveau is vooral gericht op het aanleren van leesstrategieën. Het hele leerjaar besteden we ruim aandacht aan grammatica. Schrijfvaardigheid staat hierbij centraal. Je moet ook drie door de docent goedgekeurde Engelstalige boeken, lezen en toetsen. Het onderdeel literatuur is een onderdeel van het programma.
Wiskunde
Wiskunde is een verplicht vak bij de profielen EM (Economie en Maatschappij), NG (Natuur en Gezondheid) en NT (Natuur en Techniek).
Bij CM (Cultuur en Maatschappij) hoef je niet verplicht wiskunde te doen. Je kunt het wel kiezen in het vrije deel.
Er zijn drie soorten wiskunde: Wiskunde A, B en D.
In wiskunde A zit een flink stuk statistiek en kansrekening. Ook moet je met functies en grafieken kunnen werken. Je moet op een wiskundige manier het verband tussen bijvoorbeeld vraag en aanbod weer kunnen geven. In wiskunde A zit geen meetkunde.
Wiskunde B is er voor mensen die de exacte kant op gaan, bijvoorbeeld in de sector techniek of natuur en milieu. Er wordt veel aandacht besteed aan functies, veranderingen, ruimtemeetkunde en algebra. Je leert ook hoe je van allerlei figuren en voorwerpen de oppervlakte en inhoud kunt uitrekenen. In wiskunde B zit geen statistiek en kansrekening. De meeste (maar niet alle) leerlingen vinden wiskunde B moeilijker dan wiskunde A.
En dan is er nog wiskunde D.
Je mag wiskunde D alleen kiezen als je ook wiskunde B hebt gekozen. Je hebt dan dus twee wiskunde-vakken, B en D. Dat is handig als je echt de exacte kant op wilt gaan. Voorwaarde is wel dat je wiskunde gewoon leuk vindt en er dus ook goed in bent.
In wiskunde D komen de volgende onderwerpen aan bod: statistiek en kansrekening, dynamische modellen, toegepaste analyse (algebra) en ruimtemeetkunde.
Wiskunde D wordt afgesloten met een schoolexamen; er is dus geen centraal examen.
Biologie
Bilologie is een verplicht vak in het profiel Natuur en Gezondheid. In het vrije deel kun je het vak kiezen bij de profielen Natuur en Techniek, Cultuur en Maatschappij en Economie en Maatschappij. (Je moet het vak dan wel doen zonder natuurkunde en scheikunde)
De nadruk ligt naast het verwerven van biologische kennis ook op het onder de knie krijgen van vaardigheden. Hierbij kun je denken aan: zelfstandig dingen uitzoeken, practicum doen en daar verslagen van maken, omgaan met biologische informatie, etc.
Deze vaardigheden en de biologische kennis worden getoetst in het schoolexamen, hierbij moet je denken aan schriftelijke toetsen, practica en presentaties. Daarnaast komt een groot deel van de theorie terug bij het afsluitende centraal schriftelijk eindexamen.
Een greep uit het grote aantal onderwerpen:
· Ecologie: het samenspel tussen mens, dier, plant en hun milieu.
· Cytologie: bouw en functioneren van cellen.
· Genetica: erfelijkheidsleer
· Voortplanting en groei
· Stofwisseling: hoe komen organismen aan hun energie, welke afvalstoffen
ontstaan er en hoe raken zij die weer kwijt?
· Ordening: hoe worden organismen systematisch ingedeeld?
· Ethologie: de studie van het gedrag van mens en dier.
· Immunologie: Hoe blijft ons afweersysteem infecties de baas?
Voor het vak biologie zijn geen speciale talenten noodzakelijk, er bestaat niet zoiets als een "biologieknobbel", wel is biologie een exact vak waarbij wij gebruik maken van eenvoudige wiskunde en regelmatig een uitstapje maken naar het vak scheikunde. In de praktijk blijkt dat leerlingen zonder de vakken wiskunde of scheikunde het vak biologie behoorlijk moeilijk vinden.
Redenen om het vak biologie te kiezen zijn er te over, bijvoorbeeld omdat je het een leuk en interessant vak vindt, waarbij je veel leert over je eigen lichaam en je directe leefomgeving, ook krijg je een behoorlijk stuk algemene ontwikkeling mee. Daarnaast is biologie een handig en vaak ook noodzakelijk vak voor leerlingen die verder willen in een medische, sportieve of agrarische studierichting.
Op het vavo gebruiken we de methode Biologie actief en Biologie interactief.
Natuurkunde
Waarom natuurkunde?
Het afronden van de tweede fase is voor het vak Natuurkunde niet ongemerkt voorbij gegaan.
Hoewel de profielen NG en NT gewoon bestaan, zijn de benamingen in de profielvakken veranderd van Natuurkunde 1 c.q. Natuurkunde 1,2 naar Natuurkunde. De inhoud van de leerstof is hierdoor voor het ene profiel iets meer en voor het andere profiel iets minder geworden.
Je kiest in het voortgezet onderwijs voor Natuurkunde, omdat Natuurkunde een basis legt voor verdere studie, niet alleen in de techniek, denk bijvoorbeeld aan bouwfysica, mechanica, elektrotechniek, geluid, maar ook bij verdere theoretische opleidingen zoals kwantummechanica, astrologie, fotonica, halfgeleidertechnieken etc.
Het abstracte vindt dan vaak een plaats doordat de theorie gekoppeld wordt aan toepassingen.
Scheikunde
Scheikunde is een verplicht vak in het profiel Natuur en Gezondheid en Natuur en Techniek.
De nadruk ligt naast het verwerven van scheikundige kennis ook op het onder de knie krijgen van vaardigheden. Hierbij kun je denken aan: zelfstandig dingen uitzoeken, practicum doen en daar verslagen van maken, omgaan met chemische informatie, etc.
Deze vaardigheden en de chemische kennis wordt getoetst in het schoolexamen, hierbij moet je denken aan schriftelijke toetsen en practica. Daarnaast komt een groot deel van de theorie terug bij het afsluitende centraal schriftelijk eindexamen.
De leerstof van scheikunde omvat :
- anorganische chemie: namen en formules, neerslagreacties, atoombouw, en bindingstypen.
- organische chemie: namen en formules, diverse reactietypen, polymeren, aardolie(producten), (alternatieve) brandstoffen en milieu.
- biochemie: enkele namen en formules, een aantal reacties m.b.t. de stofwisseling.
- sturen van reacties: reactiesnelheid, energie-effect, evenwichten, rekenen aan reacties.
- chemische industrie: scheidingsmethoden, blokschema's, enkele industriële processen.
- zuren en basen: namen en formules, reactievergelijkingen en pH-berekeningen.
- reacties en stroom: reactievergelijkingen, elektrolyse, elektrische cellen.
De scheikundestof op de havo wordt altijd geplaatst in de context van het dagelijks leven. Je kunt onderwerpen verwachten op het gebied van milieu, voeding, sport en veiligheid Wil je diëtiste, procesoperator of fysiotherapeut worden dan kun je kennis van dit vak goed gebruiken. Maar ook voor de milieupolitie, brandweer en de sector voedselbereiding is scheikundige kennis nuttig. Ook als je mee wilt praten over onderwerpen op het gebied van milieu, veiligheid en gezondheid is enige kennis van de chemie onontbeerlijk. Immers, de wereld om ons heen is een en al chemie.
Op het vavo gebruiken we de methode Curie.
Aardrijkskunde
--Aardrijkskunde is altijd en overal om je heen. In de aardrijkskunde leer je de samenhang zien tussen allerlei verschijnselen die zich in je eigen omgeving en elders op de wereld voordoen. Je leert inzien dat dagelijkse gebeurtenissen geen incidenten zijn maar voortkomen uit allerlei gegevens die met elkaar te maken hebben.
Wanneer in een land vrouwen het werk op de akkers doen, dan heeft het weinig zin om aan de mannen te vertellen wat er moet worden veranderd om een betere oogst te krijgen. Hoe kan een fabrikant succes boeken met de verkoop van bepaalde producten als hij niets weet over de gewoonten van het land? Hoe kun je vakantieplannen maken als je niets weet over het klimaat, de natuur of de gewoonten van het land waar je naar toe wilt? Zo kunnen we nog wel even door gaan.
Een bioloog kijkt naar het milieuvraagstuk, een econoom kijkt naar de prijs die de milieuvervuiling vraagt. Een geograaf ziet echter dat talloze factoren een rol spelen die samen het milieuvraagstuk bepalen en moeten oplossen. Aardrijkskunde is dus een vak waar je je hele leven plezier van kunt hebben.
De onderwerpen voor het schoolexamen en centraal examen die we in havo 4 en 5 behandelen zijn:
arm en rijk in de wereld, waardoor migratiestromen op gang komen en globalisering
landbouw in Europa en de ontwikkelingen binnen de EU
systeem aarde, waarbij we de opbouw van de aarde bestuderen en het ontstaan van vulkanisme/ aardbevingen als endogene processen en de exogene processen die met weer en klimaat te maken hebben
Indonesië als land in opkomst
wonen in Nederland; waarin stedelijke vraagstukken en het rivierenbeleid centraal staan.
Geschiedenis
"De geschiedenis is de leermeester der mensheid", zo zei men al in de eerste eeuw in het Romeinse Rijk, en daarom is het een vak dat iedereen zou moeten volgen.
Tijdens de geschiedenislessen wordt in hoofdlijnen een overzicht van de voornamelijk Westerse geschiedenis behandeld. Er is aandacht voor de Oudheid, de tijd van de Griekse en Romeinse beschavingen; voor de tijd van de Vernieuwingen en uitvindingen en voor de veranderende ideeën die passen bij een zich vernieuwende samenleving. Dan is er aandacht voor de 19 e en 20e eeuw, en speciaal voor de ontwikkelingen in ons eigen land - van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tot het democratisch koninkrijk waarin we nu leven.
Ook het kolonialisme en imperialisme zullen worden behandeld, evenals de soms zeer problematisch verlopende dekolonisatieprocessen.
Wie het bovenstaande leest zal begrijpen dat een dergelijk programma, in één of twee jaar uitgevoerd, zich moet beperken tot de hoofdlijnen. Wel wordt aandacht geschonken aan de vaardigheden, die nodig zijn om zelf kennis te verwerven, door gegevens op te zoeken en kritisch te toetsen.
Maatschappijleer
Met het vak maatschappijleer vergroot je je kennis en inzicht in de Nederlandse samenleving. Maatschappijleer is een vak uit het gemeenschappelijk deel. Het vak Maatschappijleer wordt afgesloten met een schoolexamen. Leerlingen in havo 4 kunnen het vak in havo 4 afsluiten. De volgende onderwerpen komen aan de orde:
Rechtstaat: Grondbeginselen, strafrecht, crimineel gedrag, burgerlijk recht, internationale vergelijkingen en grenzen aan de rechtstaat.
Parlementaire democratie: Politieke stromingen, politieke partijen, verkiezingen, regering, parlement, gemeente en provincie, internationale politiek en politiek in de praktijk.
Pluriforme samenleving: Nederland als pluriforme samenleving, cultuuroverdracht, cultuurverschillen, Nederland veranderd, cultuurverschillen door migratie, toelatingsbeleid, botsende culturen en grondrechten en sociale cohesie.
Verzorgingsstaat: Arbeidsethos, arbeidsinhoud, arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen, arbeidsmarkt, verzorgingsstaat, sociale zekerheid.
Het vak maatschappijleer vormt samen met het profielwerkstuk een combinatiecijfer. Voor zowel het profielwerkstuk als het vak maatschappijleer geldt als ondergrens een 4. Het combinatiecijfer weegt mee in eventuele compensatie bij de zak-slaag regeling.
Maatschappijwetenschappen
Economie
Het vak economie houdt zich bezig met algemene economische verschijnselen zoals inflatie, werkloosheid en het nationale inkomen. Ook wordt er aandacht besteed aan de invloed van de overheid op de situatie van personen en bedrijven. Daarnaast is de prijsvorming onderdeel van het programma.
Met dit vak ben je in staat de economische pagina van de krant met meer kennis van zaken te lezen. Bij veel studierichtingen is het vak economie een vereiste, zoals toerisme op hbo niveau. Wanneer het vak geen vereiste is, heb je vaak een voorsprong door je kennis van de economie. Ook voor je algemene ontwikkeling is dit vak bijzonder geschikt.
Het vak economie is verplicht voor het profiel E+M en een keuzeva k voor de andere profielen.
Hier volgt een greep uit de onderwerpen die worden behandeld:
schaarste, welvaart, armoede en het nationale inkomen;
overheidsmaatregelen ter bescherming van de consument en het milieu;
de rijksbegroting en het belastingstelsel;
conjunctuur, werkgelegenheid, inflatie en koopkracht;
de euro, de dollar, de Europese Centrale Bank en de algemene banken;
de concurrentiepositie van bedrijven;
de kosten en opbrengsten van ondernemingen;
het consumentengedrag;
de Europese Unie, de betalingsbalans en de ontwikkelingslanden.
Filosofie
Bij filosofie leer je de wereld vanuit verschillende perspectieven of standpunten te bekijken. Denk aan een tocht door de bergen. Voorbij elke bocht ziet het landschap er weer anders uit. Wie in staat is om vanuit verschillende perspectieven naar de wereld te kijken, ziet dus letterlijk meer. Het woord filosofie komt uit het Grieks en betekent liefde voor de wijsheid. Een filosoof stelt vragen om wijs te worden. Filosofische vragen kunnen over alles gaan. De filosofie beperkt zich niet tot een klein stukje van de werkelijkheid, zoals bijvoorbeeld de biologie, maar strekt zich uit over de hele werkelijkheid. Daar waar andere vakken op school ophouden, vraagt filosofie verder en zoekt ze antwoorden. Vragen waarmee we ons gaan bezighouden zijn: Wie is de mens? Hebben we een geest of alleen een lichaam? Kunnen computers denken? Hoe bepaal je wat goed is om te doen? Mag alles wat kan?
Bestaat er een ideale samenleving? etc.
Bij filosofie leert je bovendien vaardigheden die voor alle vervolgstudies en beroepen zeer nuttig zijn, zoals het analyseren van complexe problemen en het ontwikkelen van een mening die goed doordacht is (redeneren), goed onderbouwd is (argumenteren) en overtuigend is (debatteren). Deze vaardigheden zijn in onze maatschappij, die verbaal georiënteerd is, steeds belangrijker.